Deze verordening verstaat onder:
Pleziervaartuig: elk vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een passagiersschip.
Passagiersschip: een vaartuig dat een middel van vervoer en/of verblijf is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer en/of verblijf van personen.
Ligplaats: een gedeelte van het openbaar water dat door een pleziervaartuig met bijbehorende voorzieningen mag worden ingenomen.
Bijbehorende voorzieningen: voorzieningen behorende bij de ligplaats, waaronder wordt bedoeld de steiger en loopplank.
Openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn.