In dit artikel wordt een aantal begrippen verduidelijkt, die in de verordening
worden gehanteerd. Hoewel er momenteel vele namen voor verstrekte subsidies bestaan, onderscheiden deze zich in juridische zin slechts door het feit of het een jaarlijkse dan wel incidentele subsidie betreft. De juridische betekenis van dergelijke benamingen is echter beperkt. De subsidietitel van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is immers materieel: het is afhankelijk van de feitelijke situatie en niet van de benaming of de financiële verstrekking voldoet aan het subsidiebegrip, zoals omschreven in artikel 4:21 Awb. De Awb fungeert slechts als basisregeling en biedt veel beleidsvrijheid aan de opstellers van bijzondere subsidieregelingen en subsidiebeschikkingen. Het is echter de vraag of een veelvoud aan benamingen de praktijk ten goede komt. Daarom wordt in aansluiting op de modelverordening van de VNG een tweedeling in type subsidies aangebracht (jaarlijkse en eenmalige). Tevens wordt in de verordening het aantal subsidienamen beperkt tot twee, namelijk budgetsubsidies en waarderingssubsidies. Dit heeft te maken met het feit dat in deze verordening de wijze van verantwoording is gekoppeld aan de subsidievorm. Voor de waarderingssubsidies geldt een aanmerkelijk lichter verantwoordingsregime dan voor de budgetsubsidies. Op dit onderdeel is afgeweken van de modelverordening van de VNG, waarin de wijze van verantwoording is gekoppeld aan de hoogte van het subsidiebedrag. Behalve de wijze van verantwoordiging, wijkt deze verordening ook nog in een ander opzicht af van de modelverordening van de VNG. De modelverordening van de VNG gaat namelijk uit van drie en deze verordening van twee verantwoordingsregimes.
Hieronder wordt het verschil uitgelegd tussen een eenmalige subsidie en een jaarlijkse subsidie.
Jaarlijkse subsidie
De jaarlijkse subsidie heeft betrekking op voortdurende activiteiten van een instelling, organisatie of vereniging en wordt bij voorkeur voor meerdere jaren verstrekt. In de onderhavige verordening is bepaald dat deze voor een periode van ten hoogste vier jaren worden verstrekt. Na het verstrijken van die periode kan uiteraard opnieuw worden besloten een jaarlijkse subsidie te verstrekken. Voor de periode van 4 jaar is gekozen, omdat deze termijn én aansluit bij de zittingstermijn van de raad (hoewel die termijnen uiteraard niet gelijk hoeven te lopen) én het een goede termijn lijkt om te bezien of eerder vastgestelde beleidsdoelen nog gelden en, zo ja, die met de verstrekte subsidies worden gediend. Onder jaarlijkse subsidies vallen:
Budgetsubsidies
Budgetsubsidies worden gekenmerkt door een primair inhoudelijke sturing op prestaties en resultaten die met geleverde activiteiten worden bereikt. Het is de subsidievorm waarbij de gemeente kan sturen op activiteiten en/of prestaties en daarmee ons beleid tot uitdrukking kan brengen. Twee zaken zijn in dit verband essentieel. In de eerste plaats moeten er met de instelling afspraken worden gemaakt over de te leveren prestaties. Er zal dus voorafgaand aan de subsidieverlening een overleg plaats moeten vinden. De gewenste prestaties kunnen worden gebaseerd op het subsidiebeleidskader. In de tweede plaats krijgt de instelling een grote vrijheid in de wijze waarop de prestaties tot stand komen. We bemoeien ons niet met de bedrijfsvoering. Daar staat wel tegenover dat er een grotere verantwoordingsplicht komt ten aanzien van de geleverde prestaties. Meestal worden budgetsubsidies toegepast bij instellingen die beroepskrachten in dienst hebben.
Budgetsubsidies hebben de volgende kenmerken:
budgetsubsidies zijn gericht op een scheiding van verantwoordelijkheden tussen de overheid en de instelling. De overheid bepaalt de prestaties en de instelling is verantwoordelijk voor de uitvoering en de bedrijfsvoering;
het systeem verschaft aan beide partijen zekerheid. Tegenover prestaties staat geld en vice versa;
de afspraken komen tot stand in onderling overleg tussen gemeente en instelling;
de afspraken kunnen worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst.
Waarderingssubsidies
Met deze subsidievorm wordt tot uitdrukking gebracht dat we bepaalde activiteiten waarderen zonder invloed uit te willen oefenen op het beleid van een instelling. Dit betekent dat het voortbestaan van een instelling niet afhankelijk mag zijn van de subsidieverlening. De hoogte van de waarderingssubsidie heeft dus geen relatie met de kosten die zijn verbonden aan activiteiten. Waarderingssubsidies worden verstrekt aan instellingen met een eenduidige, concrete en eenvoudig controleerbare doelstelling. In het algemeen gaat het bij deze subsidievorm om relatief kleinere bedragen, toe te kennen als vaste bijdragen waarop een instelling dan ook kan rekenen. Achteraf moet aangetoond worden dat de instelling (globaal) heeft voldaan aan de verplichting tot uitvoering van de tevoren in het activiteitenplan vastgelegde activiteiten.
Eenmalige subsidie
Eenmalige subsidies zijn subsidies voor een eenmalige activiteit, of een activiteit, waarvoor het college slechts voor een van te voren maximaal bepaalde tijd subsidie wil verlenen. Voorbeelden van eenmalige subsidies zijn:
Experimentele subsidies: subsidies die ten behoeve van activiteiten met een experimenteel karakter worden verstrekt.
Investeringssubsidie: een investeringssubsidie kan worden verkregen voor het verwerven, nieuw te bouwen, uit te breiden, of het renoveren van accommodaties voor clubs, verenigingen of organisaties.
Incidentele waarderingssubsidie: deze subsidies zijn bedoeld om waardering voor of belang van bepaalde incidentele activiteiten aan te geven.
Artikel 1Begripsomschrijvingen
Artikel 1Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Schagen 2013.