Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 18

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk archeologisch monument

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Wijk bij Duurstede 2012

1 Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende (art 1:2 Awb), een onroerend monument als bedoeld onder Artikel 1.a.2 aanwijzen als beschermd gemeentelijk archeologisch monument. 2 Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen (wanneer dreiging van verstoring van een te beschermen object zich zou voordoen) kan het vragen van dit advies achterwege blijven. 3 Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een onroerend monument als beschermd gemeentelijk archeologisch monument bepalen dat archeologisch onderzoek wordt verricht. 4 Het college legt de raad eenmaal per jaar een verslag voor waarin zij uiteenzet op welke wijze zij toepassing heeft gegeven aan de aanwijzingen, alsook de wijzigingen en intrekkingen van een gemeentelijk monument. 5 Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 21 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 23 en 24 van overeenkomstige toepassing. 6 De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat op grond van een provinciale verordening is ingeschreven in een provinciaal register van archeologische monumenten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel