Per kwartaal maakt de ambtenaar belast met de invordering een lijst op van openstaande aanslagbedragen die, ondanks alle mogelijke invorderingsmaatregelen, niet te innen zijn. Bedragen onder de € 500,-- kan de ambtenaar belast met de invordering zonder toestemming van het college van burgemeester en wethouders afboeken, bij bedragen vanaf
€ 500,-- doet de ambtenaar belast met de invordering een voorstel aan het college van B en W. Het college van B en W lijdt de betreffende aanslagen al dan niet oninbaar, waarna de betreffende aanslagbedragen worden afgeboekt.
Reden voor oninbaar lijden zijn:
• faillissement;
• vertrokken onbekend waarheen;
• vertrokken naar het buitenland;
• bedrag naar verhouding te laag om dwanginvordering toe te passen;
• verklaring van onvermogen;
• overleden en erven onbekend;
• overleden en niet aanvaarden nalatenschap;
• detentie;
• niet verder bemoeilijken met voorwaarden.