Uitgangspunt bij het verlenen van kwijtschelding is het "Modelbesluit gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
In de gemeente Maassluis is verder het volgende van toepassing:
De ambtenaar belast met de invordering kan op basis van artikel 255 van de Gemeentewet besluiten om kwijtschelding te verlenen. Met betrekking tot de kwijtschelding van de Maassluise gemeentelijke belastingen, zijn de kosten van bestaan, zoals beschreven in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990, gesteld op 100%. De ambtenaar belast met de invordering kan besluiten, dat geheel, gedeeltelijk of geen kwijtschelding wordt verleend voor de belastingsoorten reinigingsrecht en hondenbelasting (maximaal 50% van de eerste hond).
Automatische kwijtschelding
Met ingang van het belastingjaar 2008 wordt deels automatische kwijtschelding toegepast. Nadat één keer een volledig aanvraagformulier is ingevuld, kunnen gemeenten vervolgens jaarlijks door het koppelen van bestanden zelf vaststellen of burgers in aanmerking komen voor het kwijtschelden van gemeentelijke belastingen. Het college bescherming persoonsgegevens is van mening dat burgers wel toestemming moeten geven om op deze wijze te toetsen of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Indien toestemming wordt verleend om gebruik te mogen maken van deze toets kunnen de formaliteiten rond een kwijtscheldingsaanvraag tot een minimum worden beperkt. Cliënten van de gemeentelijke uitkeringsinstantie krijgen automatisch kwijtschelding toegekend. Hierbij dient te worden aangetekend dat een verzoek om kwijtschelding de eerste keer wel moet worden ingediend. Indien het verzoek wordt toegekend, dan is dat in de daaropvolgende jaren niet meer nodig, tenzij er wijzigingen plaatsvinden in de financiële- en/of gezinsituatie. Bovendien is een voorwaarde dat verzoeker de ambtenaar belast met de invordering machtigt om gegevens te controleren bij de diverse overheidsinstanties.
Inwoners van 65 jaar en ouder hoeven maar eenmaal kwijtschelding aan te vragen. Wanneer de aanvraag wordt gehonoreerd en de financiële- en/of gezinsomstandigheden niet wijzigen, geldt de kwijtscheldingsbeschikking de rest van hun leven.
Kwijtschelding op verzoek
Een verzoek om kwijtschelding geldt in principe voor het betreffende kalenderjaar. Bij niet gewijzigde gezinsomstandigheden kan de beschikking met maximaal 2 jaren worden verlengd.
Een verzoek tot kwijtschelding wordt niet in behandeling genomen voordat de invorderingskosten (inclusief die van voorgaande jaren) is voldaan.
Voor degenen die een eerste aanvraag voor kwijtschelding indienen geldt dat eerst nadat de belastingaanslag is opgelegd een verzoek voor kwijtschelding kan worden ingediend. Op verzoek wordt een aanvraagformulier met uitgebreide toelichting toegezonden. Indien de aanvraag niet compleet is, wordt de belastingschuldige uitgenodigd om de ontbrekende informatie binnen 5 dagen na de uitnodiging te verstrekken. Binnen deze gestelde termijn vindt geen dwanginvordering plaats. Indien kwijtschelding wordt aangevraagd nadat invorderingsmaatregelen zijn getroffen zullen de kosten hiervan (bijvoorbeeld: een aanmaning en eventueel een dwangbevel) niet worden kwijtgescholden.
Belastingaanslagen die geheel of gedeeltelijk zijn betaald, worden niet kwijtgescholden wanneer een verzoek om kwijtschelding na 3 maanden na de laatste betaling is ingediend.
Indien men gedeeltelijke of volledige kwijtschelding krijgt en een bedrag teruggestort krijgt op zijn of haar bankrekening, zal dit geschieden dertig dagen na dagtekening van de beschikking. Terugbetaling gebeurt op (één van) de bij de gemeentelijke belastingadministratie bekende rekeningnummer(s).
Toepassing wet- en regelgeving in de praktijk
Berekening inkomen student:
Het berekeningsschema bestaat uit 4 stappen, die moeten worden doorlopen om het inkomen van de student te berekenen. De eerste vraag die beantwoord moet worden is of de student met zijn inkomsten boven de voor hem geldende normkosten van bestaan (kwijtscheldingsnorm) uitkomt. Zo nee, dan wordt uitgegaan van een forfaitair bedrag. Dit is het bedrag dat de student conform de voorliggende voorziening kan krijgen c.q. nodig heeft om in levensonderhoud te voorzien. Zo ja, dan mag een gedeelte van de inkomsten gebruikt worden om de lening te compenseren.
Stap 1
Daadwerkelijke studiefinanciering (exclusief collegegeldkrediet mits vermeld op DUO-beschikking)
€ -
Eigen inkomsten (inclusief vakantietoeslag )
€ -
plus
Maximaal voor belastingschuldige geldende normkosten van bestaan (kwijtscheldingsnorm voor desbetreffende huishoudtype)
€ -
min
Indien < 0 dan forfaitair bedrag stap 2 of 3 Indien > 0 dan stap 4
€ -
=
Stap 2 - Hoger onderwijs
Normbudget levensonderhoud (eventueel verhogen met eenouder- of partnertoeslag)
€ -
Fictief bedrag boeken- en leermiddelen
€ -
min
Forfaitair bedrag inkomen student
€
=
Stap 3 - Beroepsonderwijs
Normbudget levensonderhoud (eventueel verhogen met eenouder- of partnertoeslag)
€ -
Fictief bedrag boeken- en leermiddelen
€ -
min
Onderwijsretributie
€ -
min
Forfaitair bedrag inkomen student
€
=
Stap 4
Daadwerkelijke studiefinanciering (exclusief collegegeldkrediet mits vermeld op DUO-beschikking)
€ -
P
Eigen inkomsten (inclusief vakantietoeslag)
€ -
Q
plus
Resultaat
€ -
Normbudget levensonderhoud = 794,69 + 557,27
€ -
R
min
Daadwerkelijk ontvangen lening
€ -
S
min
Resultaat
€ -
X
Forfaitair bedrag inkomen student * = 594,94 + 557,27
€ -
Y
plus
Inkomen student voor het berekenen van de betalingscapaciteit
€ -
T
=
Bij samenwonenden, indien sprake is van twee studenten, dienen de bedragen te worden opgeteld. Het inkomen van een partner wordt gezien als eigen inkomsten
Uitgaven:
Woonlasten bij meer dan 2 (alleenstaande) volwassen worden op € 0,00 gesteld.
Vermogen:
De waarde van de auto wordt bepaald door de waarde die terug te vinden is op internet op de site: http://www.anwb.nl/auto/koerslijst
Wanneer de aan/verkoopprijs tussen particulieren meer is dan € 2.269,00 is dat vermogen en wordt het verzoek afgewezen.
Indien de aanvrager één of meet auto’s c.q. voertuigen op zijn naam heeft staan, dan worden zij aangemerkt als vermogen, ook als deze auto’s c.q. voertuigen in het buitenland verblijven.
Onmisbaarheid van een auto in verband met invaliditeit of ziekte van de belastingschuldige of zijn gezinsleden dient aangetoond te worden door het overleggen van een verklaring van een vertrouwensarts (niet zijnde de eigen huisarts of behandelend specialist) of een invalidekaart.
Bij de berekening van de financiële middelen worden alleen de positieve bedragen gesaldeerd. (Een -/- bedrag op een afschrift wordt aangemerkt als € 0,00).
Het aanwezige vermogen van een inwonende broer en/of zus (gezamenlijke huishouding) wordt bij de beoordeling in aanmerking genomen.
Personen die voorafgaand aan hun verzoek tot kwijtschelding bedragen vanaf € 500,- van hun rekening hebben opgenomen, moeten deze bedragen verantwoorden. Aanvrager is gehouden om hieromtrent bewijsstukken te overleggen; de bewijslast ligt bij aanvrager.