Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Algemene bepalingen over participatie-instrumenten

Onderdeel van Participatieverordening

1.. In beleidsregels wordt vastgelegd welke participatie-instrumenten en voorzieningen het college in elk geval kan aanbieden evenals de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2.. Het college kan, ten aanzien van participatie-instrumenten en voorzieningen, nadere regels stellen. Deze beleidsregels kunnen in ieder geval betrekking hebben op: de voorwaarden waaronder een participatie-instrument dan wel een voorziening wordt aangeboden; de weigeringsgronden bij het aanbieden van participatie-instrumenten en/of voorzieningen; de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of –vaststelling; de aanvraag van, en de besluitvorming over subsidies en premies; de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten; het vragen van een eigen bijdrage; overige criteria voor het aanbieden van trajecten, participatie-instrumenten, voorzieningen en het verstrekken van subsidies. 3.. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een participatie-instrument dan wel voorziening nadere voorwaarden verbinden.

Rechtspraak bij dit artikel