Het college kan een participatievoorziening beëindigen en een
aangevraagde Participatievoorziening weigeren
indien:
belanghebbende zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 6 van
deze verordening of die als bedoeld in artikel 9 of 17 van de
WWB, artikel 13 of 37 van de IOAW of van de IOAZ niet of in
onvoldoende mate nakomt;
belanghebbende niet (langer) behoort tot de doelgroep;
het college een participatievoorziening aanbiedt die naar haar
oordeel wat arbeidsmarkttoeleiding of participatie
bevorderlijker is dan die welke is toegekend of
aangevraagd;
naar het oordeel van het college de voorziening niet (langer)
dan wel in onvoldoende mate bijdraagt aan arbeidsinschakeling,
deelname maatschappelijk proces en scholing;
het door het college ingestelde subsidie- of budgetplafond voor
de betreffende voorziening is bereikt of het maximale aantal
personen dat in aanmerking komt voor de voorziening is
bereikt.
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Beëindiging en weigering van de ondersteuning
Onderdeel van Participatieverordening