De aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot aansluiting op het hoofdriool moet bevatten een opgave van de bestemming van het gebouw en van al hetgeen zal worden afgevoerd. Het verzoekschrift moet vergezeld gaan van een door betrokkene ondertekende tekening in tweevoud, aanwijzende:
nauwkeurig aangeduid, de ligging van het op het hoofdriool aan te sluiten gebouwd eigendom onder vermelding van de kadastrale aanduiding en de aangrenzende gebouwde eigendommen;
zo mogelijk een plattegrond van het op het hoofdriool aan te sluiten gebouwd eigendom, de bestemming der ruimten, van waaruit afvoer naar het hoofdriool moet plaats hebben, de juiste ligging, het lengteprofiel, de opstand en de verlenging tot boven het dak van alle afvoerleidingen, het materiaal waaruit deze leidingen zijn vervaardigd, de doorsneden van deze leidingen en alle verdere onderdelen als gootstenen, wasbakken, badkuipen, privaten met de wijze van spoelen, waterafsluiters, reinigingsopeningen en reinigingsschachten;
de hoogte van de binnenonderkanten der ontworpen leidingen, het afschot, de onderscheiden vloerhoogten, de hoogte der straatkruin tegenover de monding van het aansluitriool op 1 meter afstand van de perceelsgrens, met dien verstande, dat hetgeen buiten het vlak van de doorsnede valt met stippellijn wordt aangeduid.
Het deel van de tekening, bedoeld onder a. moet worden vervaardigd op schaal 1:1000; dat bedoeld onder b. en c. op schaal 1:100. Op schriftelijke aanvragen van betrokkene wordt, zodra mogelijk, door de dienst gemeentewerken opgave gedaan van de hoogte van de binnenonderkant van het aansluitriool op de plaats van de perceelscheiding.
Artikel 8
Vergunningsaanvragen
Onderdeel van Verordening tot regeling van voorwaarden waarop aansluiting op het hoofdriool kan worden verkregen