**1..** Het college ziet af van het opleggen van een maatregel als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
de gedraging meer dan zes maanden vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden.
**2..** Het college ziet geheel of gedeeltelijk af van een maatregel indien hij daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Als het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd, wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen.
**3..** Van een maatregel wordt afgezien:
zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen;
zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Afzien van maatregel
Onderdeel van Maatregel- en boeteverordening inkomensvoorzieningen Zaanstad 2013