Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III › Paragraaf 3.

Artikel 28

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van orde van de raad 2010

1.. Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot besluitvorming. 2.. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 3.. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. 4.. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 5.. Stemming kan plaatsvinden door middel van handopsteking of door middel van hoofdelijke stemming als bedoeld in lid 6 van dit artikel. 6.. Indien hoofdelijke stemming wordt verlangd, deelt de voorzitter mede bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal plaatsvinden. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van depresentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. 7.. De voorzitter of de griffier roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig lid 6 is aangewezen. Vervolgens geschiedt oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 8.. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 van de Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. 9.. De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging. 10.. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekeningvragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 11.. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel