De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of
onvolledige opgave is verleend;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in
artikel 12, lid 3 niet naleeft;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich
zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument
zwaarder dient te wegen;