In deze verordening wordt verstaan onder:
openbaar elektronisch communicatienetwerk: telecommunicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet;
net:
het geheel van verbindingen van transport van elektriciteit als bedoeld in artikel 1, onder i, van de Elektriciteitswet 1998;
het geheel van leidingen ten behoeve van het transport van onder andere vloeistoffen en gassen.
netwerk: een openbaar elektronisch communicatienetwerk en/of een net.
kabel:
een kabel als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de Telecommunicatiewet;
een (buigzame) verbinding, bestaande uit een of meer geleiders, die zijn samengesteld uit draden van metaal (koper, aluminium) of glasvezel en geschikt zijn voor het transport van elektrische energie en/of elektrische signalen (stuurstroom) of optische signalen (glasvezel), niet zijnde verbindingen ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, van een netbeheerder.
leiding: een holle buis, vervaardigd van een duurzaam materiaal zoals staal, beton of kunststof, die geschikt is voor het transport van onder andere vloeistoffen en gassen.
leidingstrook: een strook openbare grond of weg waarin kabels- en leidingen - zonodig voorzien van een mantelbuis - zijn of worden aangelegd.
mantelbuis: een kunststof of metalen beschermbuis rondom een kabel of leiding.
voorzieningen: ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en - diensten, hulpmiddelen, beschermingswerken, kabels en leidingen ten dienste van een netwerk;
openbare gronden: openbare wegen en wateren als bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet;
aanbieder: aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, van de Telecommunicatiewet;
netbeheerder: de (wettelijke) beheerder van het netwerk;
werkzaamheden: werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels, leidingen en voorzieningen ten dienste van een netwerk in of op openbare gronden of wegen;
gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet;
college: college van burgemeester en wethouders;
melding: melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a, van de Telecommunicatiewet;
aanmelding: een melding, niet zijnde een melding als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder a, van de Telecommunicatiewet;
instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4 eerste lid, onder b, van de Telecommunicatiewet;
goedkeuringsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel 9 of besluit van de burgemeester als bedoeld in artikel 10 van deze verordening.
toestemming: een instemmingsbesluit of een goedkeuringsbesluit.
huisaansluiting:
het gedeelte van een kabel in openbare gronden dat een openbaar elektronisch communicatienetwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt als bedoeld onder artikel 1.1, onder k, van de Telecommunicatiewet;
het gedeelte van een kabel of leiding in openbare gronden dat een net verbindt met een netwerkaansluitpunt.
werkzaamheden van niet ingrijpende aard:
het aanbrengen of verwijderen van kabels in reeds aangebrachte voorzieningen;
reparaties aan het openbare elektronische communicatienetwerk met een oppervlakte van minder dan 4 m2 en niet vallend onder artikel artikel 14;
het maken van (huis)aansluitingen;
weg(en):
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;
de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Energie-, Water- en Telecommunicatieverordening Zundert 2013