**1..** Een vergunning als bedoeld in artikel 8 kan in elk geval worden ingetrokken of gewijzigd als het nodig is de boven- of ondergrondse infrastructurele voorzieningen van het energie of waterbedrijf te verwijderen in verband met:
het bouwrijp maken van een gedeelte van de openbare ruimte
het reconstrueren van een weg
het realiseren van een ander gemeentelijke werk
het anderszins wijzigen van de bestemming van openbare gronden waarbij het aanwezig blijven van ondergrondse infrastructurele voorzieningen een belemmering vormen.
**2..** De vergunning of het instemmingsbesluit kunnen worden ingetrokken of gewijzigd:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien op grond van onvoorziene externe omstandigheden die optreden na het verlenen van de vergunning of het instemmingsbesluit, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of het instemmingsbesluit is vereist;
indien de aan de vergunning of het instemmingsbesluit verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien van de vergunning of het instemmingsbesluit geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;
indien de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3
Artikel 23
Intrekking of wijziging
Onderdeel van Energie-, Water- en Telecommunicatieverordening Zundert 2013