Het college van burgemeester en wethouders kent de verzoeker
die naar
redelijke verwachting in aanmerking komt voor een vergoeding
in geld als
bedoeld in artikel 3 en wiens belang naar het oordeel van
het college vordert
dat aan hem een voorschot op deze vergoeding wordt
toegekend, op diens
schriftelijk verzoek een voorschot toe. Het college beslist
op het verzoek,
gehoord de commissie.
Indien het college beslist tot het verlenen van een
voorschot wordt daarmee
geen aanspraak als bedoeld in artikel 3 erkend.
Het voorschot kan uitsluitend worden verleend indien de
verzoeker
schriftelijk de verplichting aanvaardt tot gehele en
onvoorwaardelijke
terugbetaling van hetgeen ten onrechte als voorschot is of
wordt uitbetaald,
zulks te vermeerderen met de wettelijke rente over het
teveel betaalde te
rekenen vanaf de datum van betaling van het voorschot. Het
college kan
daarvoor zekerheidsstelling, bijvoorbeeld in de vorm van een
bankgarantie, verlangen.
Hoofdstuk II. › Paragraaf
Artikel 13.
Artikel 13.
Onderdeel van Verordening Nadeelcompensatie en Planschadevergoeding Pieter Vreedeplein Tilburg 2004