**1..** Het college van burgemeester en wethouders kan op verzoek van de
commissie kamers instellen, die belast worden met de behandeling van
bijzondere categorieën bezwaarschriften of met de behandeling van
klachten in de zin van artikel 4 van de Huisvestingswet.
**2..** Het college van burgemeester en wethouders bepaalt het aantal kamers
en stelt voor elke kamer vast welke categorie of categorieën
bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld.
**3..** Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden, te weten:
een voorzitter, zijnde de voorzitter of een van de leden van
de commissie, uit haar midden aangewezen;
ten minste twee andere leden, door de commissie aangewezen
uit haar midden.
**4..** De commissie wijst uit haar midden voor elk lid, als bedoeld in het
derde lid onder b, een eerste en een tweede plaatsvervanger
aan.
Indien geen plaatsvervanger beschikbaar is, wijst de voorzitter van
de commissie een ander lid van de commissie als zodanig aan.
**5..** De kamer kan beslissen, dat de behandeling van een bezwaarschrift of
klacht in de zin van artikel 4 van de Huisvestingswet door de
commissie zal geschieden.
**6..** Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in
deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige
toepassing.
HOOFDSTUK II:
Artikel 2:3
(kamers):
Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten 2003