Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II:

Artikel 2:3

(kamers):

Onderdeel van Verordening behandeling bezwaarschriften en klachten 2003

1.. Het college van burgemeester en wethouders kan op verzoek van de commissie kamers instellen, die belast worden met de behandeling van bijzondere categorieën bezwaarschriften of met de behandeling van klachten in de zin van artikel 4 van de Huisvestingswet. 2.. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld. 3.. Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden, te weten: een voorzitter, zijnde de voorzitter of een van de leden van de commissie, uit haar midden aangewezen; ten minste twee andere leden, door de commissie aangewezen uit haar midden. 4.. De commissie wijst uit haar midden voor elk lid, als bedoeld in het derde lid onder b, een eerste en een tweede plaatsvervanger aan. Indien geen plaatsvervanger beschikbaar is, wijst de voorzitter van de commissie een ander lid van de commissie als zodanig aan. 5.. De kamer kan beslissen, dat de behandeling van een bezwaarschrift of klacht in de zin van artikel 4 van de Huisvestingswet door de commissie zal geschieden. 6.. Met betrekking tot de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel