Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 17

Inspreken bij vergadering

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2010

1.. Een ieder kan tijdens een openbare commissievergadering inspreken over onderwerpen die op de agenda van de commissievergadering staan. Het inspreken vindt plaats op het moment dat met de behandeling van het onderwerp in de commissie wordt gestart. 2.. Diegenen die willen inspreken melden dit vóór 16.00 uur op de dag van de vergadering bij de commissiegriffier. De inspreker vermeldt zijn naam en telefoonnummer en het voorstel waarover hij wil inspreken. In bijzondere gevallen of indien veel insprekers worden verwacht kan de tijd waarvoor men zich moet aanmelden vervroegd worden. 3.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan hiervan afwijken indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 4.. Degene die het woord voert dient zich te wenden tot de commissie en zich te beperken tot die zaken die rechtstreeks verband houden met het geagendeerde onderwerp. Treedt hij buiten de orde, dan kan de voorzitter hem het woord ontnemen. 5.. De spreektijd bedraagt maximaal vijf minuten. De voorzitter kan in bijzondere gevallen de maximale inspreektijd inkorten tot minimaal drie minuten. 6.. De commissieleden worden in de gelegenheid gesteld vragen te stellen, zonder in discussie te treden met de inspreker. 7.. Indien over het desbetreffende onderwerp een inspraakprocedure is gevoerd conform de Inspraakverordening, wordt na het inspreken een meningsvormende discussie gevoerd en vervolgens de beraadslaging gesloten. De besluitvormende behandeling vindt in een volgende vergadering van de commissie plaats. Bij de besluitvormende behandeling kan niet opnieuw worden ingesproken. In bijzondere gevallen kan de commissie besluiten dat hiervan wordt afgeweken. 8.. Het is niet mogelijk in te spreken op: stukken die staan opgenomen op de lijst met ingekomen stukken; benoemingen, voordrachten of aanbevelingen ten aanzien van personen. 9.. Het presidium kan bij het agenderen van een voorstel bedoeld in artikel 14, eerste lid de commissie voorstellen een afwijkende wijze van inspreken te hanteren. Dit is alleen mogelijk indien over het desbetreffende onderwerp geen inspraakprocedure conform de Inspraakverordening is gevoerd. Indien een afwijkende wijze van inspreken wordt gekozen zijn de bepalingen van dit artikel niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel