Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 5.

Artikel 14

Op welke wijze geven wij voorschotten en wanneer stoppen wij betaling van voorschotten?

Onderdeel van Beleidsregels subsidieverlening 2010

Nadat wij het subsidiebedrag hebben toegekend, ontvangt u aan het begin van ieder kwartaal in vier gelijke termijnen een voorschot. Wij kunnen besluiten de betaling van de voorschotten stop te zetten als: art. 4:48 van de Awb van toepassing is; u onjuiste of onvolledige gegevens hebt gegeven en wij een andere beslissing zouden hebben genomen als wij de juiste of volledige gegevens van u zouden hebben ontvangen; de subsidieverlening onjuist was en u dit wist of behoorde te weten; het duidelijk is dat de afgesproken prestaties niet worden gehaald, en er ook geen zicht op is dat u de prestaties alsnog behaalt u wanprestatie levert waardoor de afgesproken prestaties niet worden gehaald; u, ondanks herhaalde schriftelijke verzoeken, niet voldoet aan de voorwaarden die in de verleningsbeschikking zijn omschreven; u de eigen rechtspersoonlijkheid opheft en/of u beëindigt de activiteiten waarvoor u subsidie ontvangt; u hebt geen rechtmatig bestuur en/of directie meer, waardoor uitvoering van de activiteiten waarvoor u subsidie ontvangt niet meer mogelijk is. Wij sturen u het besluit dat wij de betaling van de voorschotten opschorten in een brief. De opschorting van de betalingsverplichting geldt vanaf het moment dat deze brief verzonden is. Deze termijn loopt tot het moment dat wij een definitief besluit nemen over intrekking of wijziging van de verleningsbeschikking. De opschorting eindigt in ieder geval nadat de maximale termijn van dertien weken na verzending van onze brief, is verstreken. Voordat wij een besluit nemen om het betalen van de voorschotten te stoppen, stellen wij u vooraf in de gelegenheid uw zienswijze te geven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel