Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VIII

Artikel 37

Artikel 37

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling voor het recreatieschap Midden-Delfland

Ten laste van het rijk komt 50% van het nadelig saldo over enig boekjaar, exclusief de kapitaallasten, die voortvloeien uit de investeringen waarin het rijk rechtstreeks minimaal 50% heeft bijgedragen. Ten laste van de gemeente De Lier komt een jaarlijkse bijdrage, te beginnen met een bedrag van f 11.000,= in 1991, elk volgend jaar te verhogen met een bedrag van f 1.750,= en vanaf 1999 resulterend in de maximale jaarlijkse bijdrage van f 25.000,=. Voorzover er deelnemersbijdragen worden geïndexeerd, wordt de jaarlijkse bijdrage van de gemeente De Lier eveneens geïndexeerd. Het resterende nadelig saldo wordt over elk van de overige deelnemers als volgt verdeeld: ten laste van de provincie Zuid-Holland 32% ten laste van de gemeente Delft 16% ten laste van de gemeenten Maasland en Schipluiden tezamen, verdeeld naar rato van het inwonertal 2% ten laste van de gemeente Maassluis * ten laste van de gemeente Rotterdam * ten laste van de gemeente Schiedam * ten laste van de gemeente Vlaardingen * * De resterende 50% wordt gebracht ten laste van de gemeenten Maassluis, Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen met toepassing van artikel 7, lid 3 van de Wet opheffing openbaar lichaam Rijnmond. Een eventueel batig saldo over enig dienstjaar wordt overgebracht naar de gewone dienst van het volgende dienstjaar. Wanneer de begroting een over de deelnemers conform de leden 1, 2 en 3 om te slaan tekort aanwijst zal de in de begroting geraamde bijdrage door de deelnemers bij wijze van voorschot worden voldaan in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste op 1 februari en de tweede op 1 augustus van het desbetreffende begrotingsjaar vervalt. Bij niet tijdige betaling van het voorschot in het nadelige saldo zal vanaf de vervaldatum de wettelijke rente worden berekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel