Behoudens in geval van toepassing van het tweede lid bestaat de raad uit veertien leden, als volgt benoemd:
twee leden door de minister;
één lid te benoemen door provinciale staten uit hun midden en één lid te benoemen uit gedeputeerde staten;
twee leden door de raad van de gemeente Delft uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen;
één lid door de raad van de gemeente De Lier uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen;
één lid door de raad van de gemeente Maasland uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen;
één lid door de raad van de gemeente Maassluis uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen;
één lid door de raad van de gemeente Rotterdam uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen;
één lid door de raad van de gemeente Schiedam uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen;
één lid door de raad van de gemeente Schipluiden uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen
twee leden door de raad van de gemeente Vlaardingen uit zijn midden, de voorzitter inbegrepen;
De leden mogen niet in dienst van het recreatieschap werkzaam zijn.
De raad van een gemeente, die krachtens het bepaalde in artikel 38 tot de regeling is toegelaten, is bevoegd één of meer leden in de raad te benoemen.
Voorzitter, respectievelijk plaatsvervangend voorzitter van de raad is de voorzitter, respectievelijk plaatsvervangend voorzitter van het recreatieschap.
De niet door de minister benoemde leden worden benoemd voor de zittingsperiode van provinciale staten, respectievelijk de gemeenteraad. Zij kunnen dadelijk worden herbenoemd. Zij kunnen worden ontslagen door degene, die hen heeft benoemd.
Degenen die leden van de raad benoemen, wijzen plaatsvervangende leden aan, die de door hen benoemde leden bij ontstentenis of verhindering vervangen. Het bepaalde in de leden 1, laatste zin, 4, laatste zin, en 7 is ook op de plaatsvervangende leden van toepassing.
Dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap van Delfland hebben de bevoegdheid één adviserend lid te benoemen en te ontslaan. De raad kan daarnaast adviserende leden benoemen en ontslaan.
Het lid dat in een tussentijdse vacature wordt benoemd treedt af op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats het is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
De besluiten tot benoeming of ontslag van leden, plaatsvervangende leden en adviserende leden van de raad worden in afschrift aan de deelnemers aan deze regeling en aan de raad toegezonden.
Hoofdstuk II
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling voor het recreatieschap Midden-Delfland