Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.

Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2008

Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager of diens wettelijke vertegenwoordiger. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget, dan wel als gevolg van zijn financiële situatie niet kan beschikken over (een deel van) het persoonsgebonden budget. Woonvoorzieningen die uitsluitend in natura kunnen worden verstrekt zijn:mobiele tilliften, losse douchestoelen, douchebrancards, toiletstoelen, woningaanpassingen in huurwoningen en trapliften. Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt als financiële tegemoetkoming overeenkomstig de regels die opgenomen zijn in artikel 6.2 van dit Besluit. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt plaats: a. voor hulp bij het huishouden: na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van elk kalenderjaar; b. voor woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen: na realisatie of aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt. Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, wordt aan het college door de budgethouder, voor zover van toepassing, verstrekt: de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening; een overzicht van de salarisadministratie;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel