Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 10

Beëindiging

Onderdeel van Re-integratieverordening gemeente Súdwest-Fryslân

1. Het college van burgemeester en wethouders kan de voorziening beëindigen in het geval: a. een persoon als bedoeld onder artikel 2 lid 1, die deelneemt aan een voorziening, zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 7 van deze verordening, dan wel zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 9 en 17 van de WWB, respectievelijk artikel 13 en 37 van de IOAW of de IOAZ, niet nakomt; b. de onder a genoemde persoon niet meer tot de doelgroep behoort dan wel verhuist naar een andere woonplaats; c. het college van burgemeester en wethouders een andere voorziening aanbiedt; d. de onder a genoemde persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; e. naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een adequate arbeidsinschakeling; f. indien de persoon niet naar behoren gebruik maakt van de voorziening. 2. Beëindiging van de voorziening kan tevens inhouden: het opzeggen van de dienstbetrekking of het beëindigen van de subsidie, bedoeld in artikel 4 van deze verordening. 3. Wanneer een voorziening beëindigd is en niet het beoogde doel is behaald, kan het college besluiten geen nieuwe voorziening aan te bieden aan de belanghebbende.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel