Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

– Het opleggen van een maatregel

Onderdeel van Verordening maatregelen en boetes IOAW en IOAZ 2013

Lid 1: Dit artikel bundelt het bepaalde in artikel 20, eerste lid IOAZ en artikel 20, tweede lid, IOAW. Ook de verplichtingen uit de Wet SUWI worden in dit artikel verbonden aan de IOAW/IOAZ, waarbij tevens de nieuwe sanctie van een schriftelijke waarschuwing of boete wordt verbonden aan het schenden van de inlichtingenplicht. Lid 2: In deze bepaling wordt benadrukt dat het vaststellen van de hoogte van de uitkering en de daaraan verbonden verplichtingen voor de belanghebbende maatwerk is, waarbij recht moet worden gedaan aan de individuele situatie van de belanghebbende. Het college dient bij het opleggen van een maatregel, schriftelijke waarschuwing of boete ook rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van belanghebbende, hetgeen tot uitdrukking is gebracht in de in het derde lid omschreven criteria. Wanneer het college tot het oordeel komt dat een belanghebbende zijn verplichtingen niet of in onvoldoende mate nakomt, wordt een maatregel, schriftelijke waarschuwing of boete opgelegd. Er is dus geen sprake van een vrije bestuursbevoegdheid, maar van een verplichting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel