Lid 1: In dit lid is het begrip tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan nader omschreven. Onder dit begrip vallen alle gedragingen die ertoe leiden dat een belanghebbende door eigen toedoen verwijtbaar eerder en/of een onnodig beroep op bijstand doet. Het betreft derhalve een verzamelbegrip waarvan geen limitatieve opsomming mogelijk is. Om te voorkomen dat verwijtbare gedragingen niet afgestemd kunnen worden is dit begrip gedefinieerd.
Uit de jurisprudentie van de CRvB blijkt dat, onder andere, als een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan aangemerkt kunnen worden de navolgende gedragingen:
• voorliggende voorziening niet te gelde gemaakt, (LJN AS8217);
• geen WW-uitkering aangevraagd, (LJN AU6837);
• schenking aan familielid, (LJN AO8704);
• onjuiste verdeling gezinstaken i.v.m. arbeidsinschakeling, (LJN BC3467);
• te snel interen van vermogen, (LJN BA0850, (LJN BB4383);
• op vakantie gaan per 1ste dag van werkeloosheid – WW rechten verspeeld, (LJN AT3923);
• overdadige besteding aan woninginrichting na echtscheiding, (LJN AR7895).
In alle voorstaande gevallen is door de CRvB geoordeeld dat er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan daar de gedragingen hebben geleid tot het eerder of een onnodig beroep doen op een uitkering.
lid 2: Eerste periode
In deze categorie is de periode dat de belanghebbende als gevolg van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid langer een beroep heeft gedaan op een IOAZ-uitkering bepaald op drie maanden of korter;
Tweede categorie
In deze categorie is de periode dat de belanghebbende als gevolg van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid langer een beroep heeft gedaan op een IOAZ-uitkering op drie tot zes maanden;
c.Derde categorie
In deze categorie is de periode dat de belanghebbende als gevolg van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid langer een beroep heeft gedaan op een IOAZ-uitkering op zes tot twaalf maanden;
d.Vierde categorie
In deze categorie is de periode dat de belanghebbende als gevolg van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid langer een beroep heeft gedaan op een IOAZ-uitkering op twaalf maanden of langer.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
– Indeling in periodes – Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Verordening maatregelen en boetes IOAW en IOAZ 2013