Burgers en organisaties hebben de mogelijkheid om in een geheel of
gedeeltelijk openbare vergadering in te spreken bij een onderwerp dat op
de agenda van de commissie staat, de rondvraag uitgezonderd, dan wel
over een onderwerp dat niet is geagendeerd. Spreekgerechtigd zijn
inwoners van Tilburg en woordvoerders van organisaties die de leeftijd
van 16 jaar hebben bereikt.
Met betrekking tot onderwerpen die niet zijn geagendeerd geldt dat niet
het woord kan niet worden gevoerd over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep
open staat of heeft open gestaan of op een andere wijze onder de
rechter is;
benoemingen, keuzes, voordrachten of aanbevelingen van
personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene
wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;
onderwerpen die louter een privébelang betreffen;
onderwerpen de geen relatie hebben met de huishouding van de
gemeente;
onderwerpen waarover men in een raadscommissie al heeft kunnen
inspreken;
onderwerpen waarover al een gemeentelijke inspraakprocedure is
geweest of nog komt;
onderwerpen die op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid
van bestuur niet openbaar zijn.
De personen, die van deze mogelijkheid gebruik willen maken, moeten
daarvan tenminste één volle werkdag voor de aanvang van de vergadering
mededeling doen aan de voorzitter van de commissie, onder opgave van hun
naam en adres en van het agendapunt of de agendapunten, waaromtrent zij
het woord willen voeren.
De voorzitter bepaalt de spreektijd alsook de volgorde van spreken,
indien meer dan één persoon ten aanzien van eenzelfde agendapunt het
woord wordt verleend.
Degenen die op grond van het vorenstaande gerechtigd zijn hun mening te
geven of vragen te stellen moeten de daarbij door de voorzitter in het
belang van de vergaderorde gegeven aanwijzingen opvolgen. De voorzitter
kan hen het woord ontnemen.
De leden van de commissie zijn gerechtigd aan de insprekers toelichtende
vragen te stellen over hetgeen door dezen naar voren is gebracht.
Hetgeen door de insprekers naar voren wordt gebracht vormt echter geen
punt van discussie tussen hen en de leden van de commissie.