Naar hoofdinhoud

Paragraaf III.

Artikel 7.

Oproepen/vaststellen agenda

Onderdeel van Verordening op de Auditcommissie 2008

1.. De vergaderingen van de commissie vinden plaats op basis van het door de raad vastgestelde vergaderschema, waarin ook het aanvangstijdstip is vermeld. 2.. De commissie vergadert daarnaast zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of dit door tenminste twee leden schriftelijk, met opgave van redenen, wordt gevraagd. 3.. De voorzitter bepaalt, in overleg met de secretaris van de commissie, de voorlopige agenda van de vergadering. 4.. De voorlopige agenda wordt toegezonden aan de leden van de commissie. De overige leden van de raad wordt eveneens een afschrift van de voorlopige agenda toegezonden. 5.. De voorzitter draagt er zorg voor dat plaats, dag en uur van de openbare vergadering alsmede een opgave van de te behandelen agendapunten ter openbare kennis wordt gebracht. 6.. De commissie stelt bij het begin van de vergadering de definitieve agenda vast. 7.. Een onderwerp, waarvan behandeling blijkens schriftelijk verzoek met opgave van redenen door tenminste twee leden van de commissie wordt gevraagd, wordt door de voorzitter op de voorlopige agenda van de eerstvolgende vergadering van de commissie geplaatst. 8.. In gevallen ter beoordeling van de voorzitter kan de commissie schriftelijk worden geraadpleegd. Indien schriftelijke afdoening bij een of meer leden op bezwaar stuit, geschiedt de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in de eerstvolgende commissievergadering.

Rechtspraak bij dit artikel