Naar hoofdinhoud

Paragraaf I.

Artikel 2.

Samenstelling.

Onderdeel van Verordening Commissie voor Bestuurlijke Vernieuwing 2002

1.. De commissie bestaat uit een aantal leden dat gelijk is aan het aantal fracties in de raad. 2.. Elk lid van de commissie wijst bij verhindering een ander lid uit de fractie als plaatsvervanger aan. 3.. De leden van de commissie worden aan het begin van een nieuwe zittingsperiode van de raad door de raad uit zijn midden benoemd. Daarbij geldt het uitgangspunt dat alle fracties in de raad in deze commissie vertegenwoordigd kunnen zijn. 4.. Leden van het college zijn niet benoembaar tot lid van de commissie. 5.. De benoeming geschiedt voor de zittingsperiode gelijk aan die van de leden van de zittende raad. Dit geldt eveneens voor tussentijdse benoemingen. 6.. Een commissielid kan tussentijds door de raad worden ontslagen. 7.. Hij die ophoudt lid van de raad te zijn kan geen lid meer van de commissie zijn. 8.. Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij geeft daarvan schriftelijk kennis aan de voorzitter van de raad. 9.. In tussentijds in de commissie opengevallen plaatsen wordt binnen acht weken voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel