Naar hoofdinhoud

Paragraaf III.

Artikel 8.

Oproepen / vaststellen agenda.

Onderdeel van Verordening Commissie voor Bestuurlijke Vernieuwing 2002

1.. Aan het eind van elk kalenderjaar stelt de commissie, op voorstel van de secretaris, haar vergaderschema voor het nieuwe kalenderjaar vast. 2.. De commissie vergadert daarnaast zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of het door tenminste twee leden schriftelijk met opgave van redenen wordt gevraagd. 3.. De voorzitter bepaalt, in overleg met de secretaris van de commissie, de voorlopige agenda van de vergadering. 4.. De commissie stelt bij het begin van de vergadering de definitieve agenda vast. 5.. Een onderwerp, waarvan behandeling blijkens schriftelijk verzoek van tenminste twee leden wordt verlangd, plaatst de voorzitter op de voorlopige agenda van de eerstvolgende vergadering van de commissie. 6.. In gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de commissie schriftelijk worden geraadpleegd. Indien schriftelijke afdoening bij een of meer leden op bezwaar stuit, geschiedt de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in de eerstvolgende vergadering van de commissie. 7.. De voorzitter draagt er zorg voor dat plaats, dag en uur van de openbare vergadering alsmede een opgave van de te behandelen agendapunten ter openbare kennis worden gebracht. Een afschrift van deze kennisgeving wordt ter kennisneming gezonden van de leden van de raad, die geen lid zijn van de commissie en aan het college.

Rechtspraak bij dit artikel