Bij de aanvraag, als bedoeld in artikel 3, moeten de volgende stukken worden overlegd:
een verklaring omtrent het gedrag, als bedoeld in de "Wet op de justitiële documentatie en de verklaringen omtrent het gedrag", van de aanvrager en van het hoofd of van de beheerder van het bureau;
een korte omschrijving van de wijze waarop de administratie zal worden gevoerd alsmede een opgave van het - tot het bureau behorende woning - of kamerbestand danwel van de wijze waarop de aanvrager zich voorstelt, de beschikking over een dergelijk bestand te verkrijgen;
een opgave van de bemiddelingsvoorwaarden en de tarieven, welke voor bemiddeling zullen gelden;
een uittreksel uit het handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken;
een machtiging, zo een gemachtigde is aangewezen, tenzij deze advocaat of procureur is.
De stukken betreffende de administratie, het woning- en kamerbestand, de bemiddelingsvoorwaarden en de tarieven dienen door de aanvrager of diens gemachtigde ondertekend te zijn.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen waaraan de in het eerste lid vermelde stukken moeten voldoen.
Weigeringsgronden.