Naar hoofdinhoud
1. . In de vergunning kan worden bepaald dat binnen een jaar van de vergunning gebruik moet worden gemaakt 2. . Indien de vergunning betrekking heeft op samenvoeging of omzetting van woonruimte kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot het verzekeren dat de resulterende woonruimte een volwaardige woonfunctie overeenkomstig het bouwbesluit oplevert. 3. . Een vergunning tot onttrekking van woonruimte aan de bestemming tot bewoning wordt verleend onder voorwaarde dat de aanvrager binnen een jaar na verlening van de vergunning zorg draagt voor het scheppen van in omvang, kwaliteit en huur- of economische waarde gelijkwaardige andere woonruimte die aan de bestaande voorraad woonruimten wordt toegevoegd (reële compensatie). 4. . Voor zover reële compensatie niet mogelijk is, zal de aanvrager een financiële bijdrage verschuldigd zijn (financiële compensatie) welke zowel bij zelfstandige als bij onzelfstandige woonruimte ƒ 500 per m2 vloeroppervlakte bedraagt. In geval van samenvoeging of omzetting van woonruimte bedraagt de compensatie ƒ 250 per m2. Bij de bepaling van de vloeroppervlakte wordt rekening gehouden met woon- en slaapvertrekken, alkoven, keukens, toilet- en badruimten en overige voor bewoning geschikte dan wel geschikt te maken ruimten, zulks aan de hand van een door Bouw- en Woningtoezicht op te maken rapport betreffende kwaliteit, inrichting en afmetingen. Gangen, trappenhuizen, bergingen en dergelijke worden daarbij buiten beschouwing gelaten. 5. . In afwijking van het vierde lid kan een lager bedrag worden vastgesteld a. indien de waarde van de woonruimte in het kader van de voorziening in de behoefte aan woongelegenheid is verminderd op grond van objectieve omstandigheden - achterstallig onderhoud daarbij niet mede in aanmerking genomen - als de bouwtechnische kwaliteit, indeling, ligging en andere externe omstandigheden en de woonruimte niet voor aanvaardbare kosten verbeterd kan worden; b. bij tijdelijke vergunningen. Indien de onttrekking geschiedt in het belang van de volkshuisvesting of met de onttrekking een ander zwaarwegend specifiek gemeentelijk belang wordt gediend, wordt de voorwaarde met betrekking tot compensatie niet gesteld. 6. . Een bijdrage zoals bedoeld in het vierde en vijfde lid, wordt gestort in een daartoe door burgemeester en wethouders bestemd fonds, waarvan de baten zullen worden aangewend ten behoeve van de volkshuisvesting. 7. . Een tijdelijke vergunning wordt slechts verleend onder de voorwaarde a. dat geen ingrijpende verbouwingen worden uitgevoerd die de geschiktheid om als woonruimte te kunnen dienen aantasten of die zonder de tijdelijke vergunning kunnen worden aangemerkt als een gedeeltelijke onttrekking b. dat de vergunninghouder burgemeester en wethouders in kennis stelt van feitelijke beëindiging van het gebruik waarvoor vergunning is verleend. 8. . Ter verzekering van de naleving van aan een vergunning te verbinden voorwaarden kan, voordat de vergunning wordt verleend, een principe-besluit worden genomen, welk besluit inhoudt dat een vergunning zal worden verleend, indien de aanvrager zich binnen een bij het besluit vast te stellen termijn contractueel tot zodanige naleving zal hebben verbonden, deze zekerheid eventueel aangevuld door middel van afgifte van een bankgarantie. 9. . Het in verband met een voorwaarde tot reële compensatie te garanderen bedrag wordt berekend op basis van het tarief voor financiële compensatie. Dit bedrag vervalt aan het in het zesde lid bedoelde fonds indien niet binnen een jaar aan de desbetreffende voorwaarde is voldaan. 10. . Indien zulks noodzakelijk is, kan in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke vrijstelling worden verleend van compensatie.

Rechtspraak bij dit artikel