** 1. .** De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan de commissie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder n, van de Woningwet, hierna te noemen: de welstandscommissie.
2. De raad kan delen van de stad aanwijzen waar, in afwijking van het bepaalde in lid 1, de advisering over redelijke eisen van welstand wordt opgedragen aan een deskundige, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder o van de Woningwet, hierna te noemen stadsbouwmeester. Ten aanzien van een stadsbouwmeester is het bepaalde in dit artikel, alsmede in de artikelen: 9.2, lid 5, 9.3, leden 2 tot en met 3 en 6 tot en met 9, 9.4, 9.5, 9.8 en 9.10 van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van “welstandscommissie”, “voorzitter”, “lid” en “leden” wordt gelezen: de stadsbouwmeester.
3. De welstandscommissie adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen.
4. De welstandscommissie baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria en, voor zover van toepassing, de in artikel 12a, vierde lid, van de Woningwet bedoelde algemene maatregel van bestuur, doch betrekt daarbij, indien van toepassing, het bepaalde in artikel 12, derde lid, van die wet.
5. Wanneer het bevoegd gezag bij zijn besluit afwijkt van het advies van de welstandscommissie stelt het de commissie daarvan in kennis.
6. (vervallen)
Hoofdstuk
Artikel 9.1
De advisering door de welstandscommissie
Onderdeel van 1e wijziging Bouwverordening Almere 2012