Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Hoogte van de toeslag

Onderdeel van Verordening minimabudget (langdurigheidstoeslag) Vlaardingen 2012

1. Het  minimabudget bedraagt per jaar: a. voor gehuwden waarvan beide partners jonger zijn dan de pensioengerechtigde leeftijd: € 530,00; b. voor een alleenstaande of alleenstaande ouder jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd:  € 370,00; c. voor gehuwden waarvan één van de partners de pensioengerechtigde leeftijd heeft: € 400,00; d. voor een alleenstaande of alleenstaande ouder die de pensioengerechtigde leeftijd heeft: € 300,00. 2. In het geval van (een) inwonende ten laste komende kind(eren) tot 12 jaar geldt daarbij een kindertoeslag van € 100 en bij (een) inwonende ten laste komende kind(eren) tussen 12 en 18 jaar een kindertoeslag van € 200. Als er zowel een ten laste komend kind tussen 0 en 12, als een ten laste komend kind tussen 12 en 18 jaar tot het gezin behoort, dan geldt de hoogste toeslag. 3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend. 4. De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gehuwdennorm per 1 januari van dat jaar en de gehuwdennorm van het daaraan voorafgaande jaar.

Rechtspraak bij dit artikel