Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1. Perceel: een gebouwde onroerende zaak, of gedeelte ervan, dat blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel door een particuliere huishouding te worden gebruikt; met perceel wordt gelijkgesteld: een stacaravan, een woonboot, een woonwagen en een
demontabel zomer- of vakantiehuisje, indien gebruikt door een particuliere huishouding.
2. Groep van percelen: een groep van meerdere percelen, waarvoor op grond van de Algemene plaatselijke verordening Echt, voor de inzameling van restafval gemeenschappelijk gebruik wordt gemaakt van één of meerdere verzamelcontainers.
3. Bedrijfspand: een gebouwde onroerende zaak, of een zelfstandig gebruikt gedeelte ervan, geen perceel of groep van percelen zijnde.
4. Huishoudelijk afval: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens, afvalwater en autowrakken daaronder niet begrepen, behoudens voor zover het afgegeven of ingezamelde bestanddelen van die afvalstoffen betreffen, die zijn aangewezen als gevaarlijke afvalstoffen.
5. Bedrijfsafval: afval, afkomstig van kleine bedrijven, kantoren en winkels dat naar aard, omvang en samenstelling gelijk is te stellen aan huishoudelijk afval.
6. Container: het van gemeentewege voor de inzameling van groente-, fruit- en tuinafval en/of restafval verstrekt inzamelmiddel in de vorm van een 25 liter emmer, 240 liter duo-bak.
7. Ondergrondse verzamelcontainer: collectieve voorziening voor de inzameling van groente-, fruit- en tuinafval en/of restafval ten behoeve van de hoogbouw.
8. Kalenderweek: een aaneengesloten periode van zeven dagen, beginnende met een maandag en eindigend met een zondag.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 2.
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing reinigingsrechten 1e halfjaar 2012