Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1.1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2005

In deze verordening wordt verstaan onder: voorziening: een woonvoorziening, een vervoersvoorziening of een rolstoelvoorziening; inkomen: het bruto-inkomen van de gehandicapte indien de gehandicapte 18 jaar of ouder is en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 4 t/m 7 Wvg; het gezamenlijk bruto-inkomen van de ouders of pleegouders van de gehandicapte indien de gehandicapte jonger is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 4 t/m 7 Wvg; het gezamenlijk bruto-inkomen van de gehandicapte en zijn echtgenoot indien de gehandicapte een echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 4 t/m 7 Wvg. vreemdeling: zoals bedoeld in artikel 4 Wvg. woonwagen: als bedoeld in de Woningwet. standplaats: een kavel binnen de gemeente Zutphen, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten. woonschip op een ligplaats: zoals bedoeld in de Huisvestingswet. binnenschip: zoals bedoeld in de Binnenschepenwet, welke rederij in Zutphen is gevestigd en ingeschreven staat in Kamer van koophandel en het bewonen van het vaartuig noodzakelijk is voor het verwerven van een inkomen. ligplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats, welke door een woonschip wordt ingenomen. hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de gehandicapte zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres, indien het een gehandicapte met een briefadres is. gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de gehandicapte vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken. woningaanpassing: ingreep van bouw- of woontechnische aard die gericht is op het opheffen of verminderen van (ergonomische) belemmeringen die een gehandicapte ondervindt bij het normale gebruik van zijn woonruimte en waarvan de kosten een bedrag genoemd in artikel 8 van het Financieel Besluit, niet te boven gaan. wet: de Wet voorzieningen gehandicapten. financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de gehandicapte. forfaitaire vergoeding: een bijdrage ineens, die los van het inkomen en los van de werkelijke kosten van een voorziening wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens. gemaximeerde vergoeding: een vergoeding in de kosten van een voorziening, die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens. voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen of in huur wordt verstrekt. normbedrag: een forfaitaire of gemaximeerde vergoeding. Financieel Besluit: nadere regels als bedoeld in artikel 5.1 van deze verordening, waarin door het college de hoogte van de financiële tegemoetkomingen zijn vastgesteld. verstrekkingenbeleid: nadere regels waarin door het college de te verstrekken Wvg- voorzieningen beleidsmatig worden vastgelegd. langdurig noodzakelijk: zes maanden of langer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel