Het college kan een forfaitaire vergoeding in de verhuis-en inrichtingskosten als bedoeld in Artikel 2.1. lid 1 onder a verlenen, indien de gehandicapte verhuist van een niet-adequate woning naar een adequate woning en indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
de verhuizing niet heeft plaatsgevonden voordat burgemeester en wethouders op de aanvraag hebben beschikt, tenzij zij daar schriftelijk toestemming voor hebben verleend;
de gehandicapte niet voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
de gehandicapte verhuist vanuit en naar een woonruimte, die geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden en daarvoor toestemming is verleend;
de gehandicapte niet verhuist naar een AWBZ-instelling of een verzorgingshuis;
in de te verlaten woonruimte zijn (ergonomische) belemmeringen ondervonden, tenzij het een verhuizing naar een ADL-cluster woning betreft;
een niet-gehandicapte persoon, die op verzoek van burgemeester en wethouders, ten behoeve van een gehandicapte de woonruimte heeft ontruimd.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.13
Vergoeding verhuis- en inrichtingskosten
Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten 2005