Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10.

Voorschriften aan de kapvergunning

Onderdeel van Bomenbeleid en bomenverordening 2009

1.. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften verbinden aan de kapvergunning. 2.. Aan de kapvergunning wordt het voorschrift verbonden dat deze pas van kracht wordt zes weken na de publicatie van de kapvergunning. 3.. Tot aan de kapvergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door Burgemeester en Wethouders te geven aanwijzingen dient te worden herplant. Hierbij wordt voorts aangegeven binnen welke termijn en op welke wijze niet aangeslagen herbeplanting dient te worden vervangen. 4.. De kapvergunning vervalt, indien daarvan niet binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de kapvergunning gebruik is gemaakt. In het geval de kapvergunning betrekking heeft op meer dan één boom, dan geldt die termijn voor elke boom afzonderlijk. 5.. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van nabijgelegen houtopstand en voorschriften ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.

Rechtspraak bij dit artikel