**1..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in het eerste lid van artikel 5 van toepassing is, zonder vergunning van burgemeester en wethouders is geveld dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, bij beschikking de verplichting opleggen een boom te herplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.
**2..** Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn, met welke houtopstand en op welke wijze niet aangeslagen herbeplanting dient te worden vervangen.
**3..** Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders bij beschikking aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt, dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen.