Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 15

De subsidiabele onderhoudskosten

Onderdeel van Subsidieverordening onderhoud monumenten gemeente Son en Breugel

1.. Subsidiabele onderhoudskosten zijn kosten die, naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn om een gemeentelijk monument, op sobere en doelmatige wijze, als zodanig in stand te houden. 2.. Subsidie kan worden verleend in de volgende onderhoudskosten: herstel en vernieuwen van rieten daken (met deklatten en beperkt herstel van sporen); herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met deklatten), leien, lood, zink of koper met beperkt herstel van dakbeschot en sporen; herstel van goten (in zink, koper of lood) inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren; het aanbrengen van goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief aansluitingen op riolering en open water; herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken, stoepen, roedenverdeling, lijstwerk; herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen; herstel van dak- en torenluiken, loopbruggen, het afgazen van torenluiken; inboeten, beperkt herstel van muurwerk en opvoegen of pleisteren van gevels; beperkt vervangen of inboeten van natuursteen; behandeling van muur- en houtwerk ter regulering van de vochthuishouding dan wel ter bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters; herstel, vervangen en indien nodig aanbrengen van een nieuwe bliksembeveiliging; buitenschilderwerk en binnenschilderwerk wat betreft buitenramen en -kozijnen en -deuren; beperkt herstel van dragende constructies (ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen, spantbenen); herstel van glas-in-lood-beglazing en het aanbrengen van beschermende beglazing voor gebrandschilderd glas; het aanbrengen van inspectievoorzieningen zoals dakluiken en klimhaken; herstel van waardevolle interieuronderdelen; uitwendig herstel van diverse bijgebouwen, zoals hooibergen, schuren, bakhuisjes, pompen, hekken, burgen, koetshuizen, oranjerieën, theekoepels, voor zover opgenomen in de redengevende omschrijving; vervangingen herstel van overige bouwelementen met waarde van grote zeldzaamheid of historische waarde. 3.. De subsidiabele onderhoudskosten worden bepaald aan de hand van de “Leidraad subsidiabele onderhoudskosten” zoals vastgesteld door de minister van Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in het boekje “Beleidsregels Onderhoud en Restauratie Monumenten” (dan wel de meeste recente herziene druk hiervan). 4.. In daarvoor naar het oordeel van het college in aanmerking komende bijzondere gevallen kan de subsidie in andere onderhoudskosten dan genoemd in het tweede lid worden verleend. 5.. Subsidiabele onderhoudskosten zijn tevens, voor gemeentelijke- en rijksmonumenten, de kosten van: a.. het abonnement van de Monumentenwacht; b.. de tweejaarlijkse inspectie door de Monumentenwacht, mits het college een afschrift ontvangt van het inspectierapport; c.. het uitvoeren van een bouwhistorisch onderzoek.

Rechtspraak bij dit artikel