In deze verordening wordt verstaan onder:
Alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
Alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
Gezin:
1°. de gehuwden tezamen;
2°. de gehuwden met de tot hun last komende kinderen;
3°. de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen;
Kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind dat jonger is dan 18 jaar en voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken.
In deze verordening worden met gehuwden gelijk gesteld de als partners geregistreerden en de ongehuwde die met een ander een gezamenlijk huishouden voert overeenkomstig de omschrijvingen in de Wet werk en bijstand.
Hoofdstuk 1:
Artikel 1.1:
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Subsidieverordening Gemeentelijk Sociaal Fonds 2013