**1..** De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder, van 21 tot 65 jaar, hogere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander.
**2..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor een alleenstaande van 21 jaar, in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, vastgesteld op 0% van het netto minimumloon.
De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor een alleenstaande van 22 jaar, in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, vastgesteld op 10% van het netto minimumloon.
**3..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande van 23 tot 65 jaar of alleenstaande ouder van 21 tot 65 jaar, in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 25, tweede lid, van de wet genoemde maximumbedrag; dit is maximaal 20% van het netto minimumloon.
**4..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande van 23 tot 65 jaar of alleenstaande ouder van 21 tot 65 jaar op wie het derde lid niet van toepassing is 10% van het netto minimumloon.
**5..** De noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen worden gedeeld met een ander die in de woning zijn hoofdverblijf heeft, indien kan worden beschikt over een inkomen dat gelijk is of hoger is dan het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3
Toeslagen bij niet(-gehele) kostendeling van alleenstaanden enalleenstaande ouders van 21 jaar en ouder.
Onderdeel van Toeslagenverordening Wwb Noordoostpolder 2013