Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Zeehavengeldverordening 2013

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1. ballast   : vaste en vloeibare stoffen - water voor land­bouw­doel­einden, industrieel­­ gebruik­ of mense­lij­­ke con­sum­ptie en andere goederen met han­dels­waarde hier­onder niet be­grepen - welker inneming in het zee­schip uitsluitend ge­schiedt of is geschied ter ver­ho­ging van de stabi­li­teit van het zeeschip of ter verla­ging van het hoogste punt bo­ven de waterspie­gel; 2. bruto-ton (BT)  : de eenheid voor de bruto-in­houd van een ze­e­sc­hip zo­als be­do­eld in het Ve­r­dr­ag in­za­ke de me­t­ing van sc­he­pe­n, London 1969 (Trb. 1979, nr 122 en 194); 3. bunkeren   : het door het zeeschip innemen van brandstof voor eigen ge­bruik; 4. container   : een laadkist als omschreven in de aanbeveling ISO 688 – 1979 als Series I freight containers van de International Organisati­on for Stand­ardization voor zover de lengte ten minste 6,055 meter bedraagt; 5. containerschip  : een zeeschip dat blijkens bouw en inrichting geheel is bestemd voor het vervoer van con­tainers; 6. cruise-schip   : een zeeschip dat uitsluitend is bestemd en wordt ge­bruikt voor bedrijfsmatig vervoer van passa­giers, die voor toeristische doeleinden, in hoofdzaak in de zee­reis zelf gelegen, deelnemen aan die reis; 7. haven van Vlaardingen :  de voor de openba­re dienst be­stem­de gemeentewateren, kaden, aanleg­stei­gers, meer­palen, boeien en andere soortgelijke werken of inrichtingen die bij de gemeen­te in beheer of in onderhoud zijn; 8. havengebied Rijnmond / Moerdijk   : de gezamenlijke havens van de partijen bij de samen­werkingsregeling zeehavengeld, te weten: Havenbedrijf Rotterdam N.V., gemeente Dordrecht, gemeente Schie­dam, gemeente Vlaardingen, gemeente Maassluis, Industrie- en Havenschap Moerdijk, Van Ommeren Tank Terminal Vlaardingen B.V., Rotterdam Bulk Terminal B.V.; 9. lading   : alle door een zeeschip geloste en ingenomen goede­ren en verpak­kingsmateriaal, containers, tr­ai­le­rs en zelf­drij­vende laad­bak­ken, met uitzonde­ring van de hand­bagage van passa­giers, voor zover deze met passagiers op hetzelf­de schip wordt vervoerd, bal­last, brandstof, proviand en andere voor eigen ge­bruik be­stemde scheepsbenodigdheden; 10. lash-schip   : een zeeschip dat door zijn in­richting in hoofd­zaak bestemd is en wordt gebruikt voor het ver­voer van zelfdrijvende laadbak­ken; 11. lijndienst   : een vastgestelde vaart van zeeschepen tussen vaar­gebieden onderhouden door een rederij of alliantie waarbij: - wordt gevaren volgens een minimaal 28 da­gen tevoren door de rederij bekendgemaakt vaar­schema van geregelde afvaarten tussen het havengebied van Rijnmond/Moerdijk en min­stens één vaste bestemming overzee, - in het vaarschema tevens de laatste haven voor en de eerste haven na Rijnmond/Moerdijk zijn opgenomen; de lijndienst opereert volgens het principe van een "common carrier" hetgeen wil zeggen dat van iedere verlader de aangeboden lading, zover er ruimte is, wordt geaccepteerd tegen een vastge­steld tarief; - het schip alleen stukgoed overslaat; 12. meetbrief   : de geldige meetbrief, bedoeld in artikel 24 van de Meetbrie­venwet 1981 (Stb. 1981, 122); 13. oorlogsschip  : een zeeschip dat ten behoeve van de Konink­lijke Marine of de Ma­rine van een vreemde mogendheid wordt gebezigd, waarover een mili­tair ter zeemacht het bevel voert en dat geheel of gedeelte­lijk met mili­tairen is bemand; 14. plezierjacht   : een zeeschip dat uitsluitend wordt gebruikt voor de recrea­tie, niet zijnde een cruise-schip of een zeilend bedrijfs­vaartuig; 15. roll-on/roll-off-schip                : een zeeschip dat in hoofdzaak is bestemd en wordt gebruikt voor het vervoer van lading die ge­heel of ten dele rijdend aan en van boord wordt gebracht over een tot de vaste uitrusting van een schip beho­rende, speci­aal daarvoor uitgeruste laadklep; 16. ruwe olie   : ruwe aardolie en ruwe oliën uit bitumi­neuze minera­len als be- ­ doeld onder nr. 27.09 van de gecombineer­de nomenclatuur be­doeld in artikel 1 van Verorde­ning (EEG) nr. 2658/87, Publica­tieblad van de Euro­pese Gemeen­schappen nr. L 256 van 7 septem­ber 1987, zoals nadien gewij­zigd; 17. samenwerkingsregeling zeehavengeld  : de overeenkomst samenwerking heffing en invorde­ring zee- ha­ven­geld, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Vlaardingen; 18. scheepsreparatie- inrichting   : een inrichting waarvan de hoofdactiviteit is ge­legen in het verrichten of het gelegenheid geven tot het ver­richten van herstellingen aan zeeschepen en die be­schikt over speciaal voor dat doel bestemde en in gebruik zijnde ligplaatsen; 19. schip   : elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijf­ver­mogen wordt ge­bruikt dan wel bestemd of ge­schikt is voor het vervoer van personen, koopwaren, grondstof­fen, produkten en voor­werpen van allerlei aard, al dan niet met het drijvend lichaam één geheel uitmaken­de; 20. second call   : een tweede bezoek binnen een reis van een schip in een intercontinentale lijndienst; 21. sleepboot   : een zeeschip dat blijkens bouw en inrichting in hoofd­zaak bestemd is of wordt gebruikt voor het sle­pen, duwen of assiste­ren van andere schepen; 22. slops   : schadelijke stoffen welke zijn ontstaan als gevolg van het huishouden van een schip, zoals bedoeld in arti­kel 1 van de Wet voorko­ming verontreiniging door sche­pen (Stb. 1983, 683); 23. tankschip   : een zeeschip dat geheel of ten dele is be­ste­md of wordt ge­bruikt voor het vervoer van vloeibare lading in onverpakte toestand; 24. tarieven   : Voor de toepassing van de tarieven van deze verorde­ning wordt verstaan onder: 1. Achterlandtarief: Een tarief dat alleen van toepassing is voor sche­pen, die aan de volgende twee voorwaarden voldoen:      1. Op het Certificaat van Deugdelijkheid van het schip is het vaarge­bied als volgt beperkt: de wateren van Eemsmond benoorden de Duitse waddenei­landen naar de monden van de We­ser, Elbe en Eider, door het Noord-Oostzeeka­naal naar de Oostzee tot de lijn Stralsund-Trelleborg, alsmede door de Sont en de Belten naar het Kattegat tot de lijn Gre­naa-Kullen. 2. Het schip bereikt vanuit Harlingen of Delfzijl recht­streeks binnendoor het Havengebied Rijnmond/Moerdijk en verlaat na vertrek Ne­derland weer rechtstreeks binnendoor via de havens van Delfzijl of Harlin­gen.      In afwijking van het bepaalde in artikel 5 lid 1, is dit tarief verschul­digd in elke haven die in het havenge­bied Rijn­mond/Moerdijk wordt bezocht. De verblijfs­duur per haven is maximaal 10 dagen. 2. Bunkertarief: : Dit tarief geldt voor een verblijfsduur van ten hoogste 48 uur indien het bezoek uitsluitend wordt gebruikt om te bunkeren. 3. Klaringstarief : Een zeeschip dat één van de havens van het haven­gebied Rijn­mond/Moer­dijk uitsluitend door de douane wordt in- of uitge­klaard alvorens door te varen naar het achterland is voor dit in- of uitklaren telkens het klaringsta­rief verschuldigd. De verblijfsduur is daarbij beperkt tot 12 uur. Voor wat de ligplaatsen betreft zijn er beperkingen in Rotter­dam en Dor­drecht. In Rotterdam dient ligplaats gekozen te worden aan de Parkkade of de Stieltjeska­de en in Dordrecht aan de Han­delskade, of voor zeeschepen die vanwege de aard van hun (gevaarlijke) lading bepaalde afstanden in acht moeten nemen, op de aangewe­zen plaats in de Tweede Merwedeha­ven. Dit tarief is niet verschuldigd indien het zeeschip ook onder een van de andere tarieven van de tabel zee­havengeld verschul­digd is. 4. Oplegtarief : Dit tarief is verschuldigd voor elke maand of gedeelte daar­van, dat het schip na het eerste tijdvak van 2 maanden nog in het Havenge­bied Rijn­mond/Moerdijk verblijf houdt. Indien gedurende de tijdvakken, dat dit tarief ver­schuldigd is lading wordt ingeno­men dan wel gelost, wordt deze geacht te zijn ingeno­men danwel gelost tijdens het tijdvak voordat het oplegtarief van toepas­sing was. 5.  Ruwe aardolietankers : Schepen die ruwe olie lossen al dan niet in com­bina­tie met laden. : Schepen die ruwe olie lossen al dan niet in combina­tie met lossen en/of laden van andere goederen. : Schepen die uitsluitend ruwe olie laden. 6. Shortsea/feedertarief: Dit tarief is van toepassing indien:      1. het schip in lijndienst vaart, 2. het schip ten hoogste 6500 BT meet, 3. het schip uitsluitend stukgoed vervoert, 4. het vaargebied is beperkt tot Europa, het Mid­del­landse Zeege­bied en de Zwarte Zee, Ma­rokko, de Canarische eilanden, Madeira en de Kaap Verdische eilanden. 25. ton    : een massa van 1.000 kg; 26. vissersschip   : een zeeschip dat uitsluitend is bestemd en wordt ge­bruikt voor het vangen van vis of van andere leven­de rijkdommen op zee; 27. werkschip   : een zeeschip dat is bestemd of wordt gebruikt voor de exploratie dan wel exploitatie van olie- en gasvel­den op zee dan wel de  winning van mineralen op zee; 28. zeeschip   : elk schip dat is bestemd of wordt ge­bruikt voor de vaart buitengaats als be­doeld in arti­kel 1, eerste lid, van de Schepenwet (Stbl. 1909, 219); alsmede elk schip dat in verband met sloop of voorge­nomen sloop voor de onder ten eerste bedoelde vaart niet meer wordt gebruikt of de bestemming daartoe heeft verloren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel