Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2013

1 Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. 2 Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 3 Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herlei­ding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 4 Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vast­stelling van de hoeveelheid opgepompt water ge­schiedt op grond van enige andere wettelijke bepa­ling. 5 De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid t­oe­g­e­v­o­erd of opg­e­p­ompt water wordt verminderd met de hoe­veel­heid water die niet is afge­voerd.

Rechtspraak bij dit artikel