De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor onbepaalde tijd, met de mogelijkheid van tussentijdse opzegging per 1 januari. Daarbij wordt een opzeggingstermijn in acht genomen van één kalenderjaar.
Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van de accountantscontrole voor.
De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen:
de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties) bijde controle van de jaarrekening;
de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen omvangsbases engoedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties);
de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;
de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles;
de inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering;
de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden;
de gemeentelijke producten met bijbehorende afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden.
Indien gewenst, wordt voor het aanbesteden van het programma van eisen, door de raad overleg gevoerd met de accountant met betrekking tot het gestelde onder a tot en met g.
In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast.
Artikel 2