Het parkeren op de wegen, terreinen en weggedeelten als bedoeld in artikel 1 is slechts toegestaan met inachtneming van het tijdstip en de wijze waarop die zijn aangegeven op de parkeerkaart dan wel op of bij de parkeerapparatuur. De parkeerkaart is uitsluitend geldig voor de locatie die op het parkeerkaartje, op de parkeerautomaat en op het informatiebord, dat boven de parkeerautomaat is bevestigd, is vermeld. In de situaties waarbij het niet mogelijk is een parkeerkaartje bij een parkeerautomaat te kopen in verband met een defect of een storing van de automaat dient een kaartje gekocht te worden bij de dichtstbijzijnde gelegen parkeerautomaat. Het bij de dichtstbijzijnde gelegen parkeerautomaat gekochte parkeerkaartje is geldig voor de locatie die betrekking heeft op de defecte parkeerautomaat.