Het college stelt een beleidsplan vast waarin de preventie van misbruik en oneigenlijk gebruik is geregeld. Hierin wordt tenminste aangegeven:
de wijze waarop het college belanghebbenden vroegtijdig informeert over hun rechten en plichten en de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet;
de wijze van verificatie van gegevens;
de inzet van controle-instrumenten op basis van signaal- en risicosturing;
de wijze van aanpak van fraudepreventie;
de wijze van aanpak van frauderepressie.
de wijze van heronderzoek ter controle van de rechtmatigheid van de inkomensvoorziening alsmede de wijze van onderzoek bij de beëindiging van de inkomensvoorziening.