Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III.

Artikel 17.

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2010

1.. De aanslagen reinigingsheffingen, de onroerende-zaakbelastingen, de rioolheffing en de forensenbelasting worden voor zover van toepassing gecombineerd opgelegd op één aanslagbiljet. 2.. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moeten de aanslagen worden betaald in twee termijnen waarbij: de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand, vermeld in de dagtekening van de aanslag; de tweede termijn vervalt op de laatste dag van de derde maand volgend op de maand, vermeld in de dagtekening van de aanslag. 3.. In afwijking van het tweede lid moeten de aanslagen die binnen het van toepassing zijnde belastingjaar worden opgelegd met een dagtekening tot en met 31 augustus, worden betaald in twee gelijke termijnen waarbij: de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op de maand, vermeld in de dagtekening van de aanslag; de tweede termijn vervalt op de laatste dag van de vierde maand volgend op de maand, vermeld in de dagtekening van de aanslag. 4.. In afwijking van het tweede en derde lid moeten aanslagen, zolang en voor zover de totaal verschuldigde bedragen daarvan door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand vermeld in de dagtekening van de aanslag maanden zijn, met dien verstande dat: het aantal termijnen tenminste drie en ten hoogste acht bedraagt indien de aanslag binnen het van toepassing zijnde belastingjaar wordt geïnd; het aantal termijnen drie bedraagt voor aanslagen die met een dagtekening na 1 september van het van toepassing zijnde belastingjaar worden opgelegd; de eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede en volgende termijnen telkens een maand later. 5.. Indien de automatische betalingsincasso als bedoeld in het vierde lid gedurende drie opeenvolgende maanden niet mogelijk is, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de termijnen als bedoeld in het tweede en derde. 6.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. 7.. De kennisgevingen bedoeld in artikel 14, tweede lid, moeten worden betaald ingeval de kennisgeving: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 8.. De kennisgeving bedoeld in artikel 14, derde lid, moet worden betaald door middel van directe betaling bij de toegang van de gemeentelijke milieustraat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel