Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een
vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen
of parkeerapparatuurplaatsen.
In ieder geval kunnen de volgende vergunningen (A t/m C) worden
verleend aan bewoners en bedrijven die staan ingeschreven op een
adres binnen een zone waar het belanghebbendenparkeren van
kracht is, of waar mede door vergunninghouders te gebruiken
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn:
Bewonersvergunning op kenteken (A-vergunning)
een vergunning ten behoeve van een bewoner, als eigenaar
of houder van een motorvoertuig.
Zakelijke vergunning op kenteken/bedrijfsnaam
(B-vergunning)
een vergunning ten behoeve van een bedrijf, waarbij door
het bedrijf wordt aantoont dat het in het belang van de
bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in een conform
artikel 2, door het college, aangewezen
vergunningengebied een motorvoertuig te parkeren.
Bezoekersvergunning (C-vergunning)
een vergunning, in de vorm van een kraskaart, ten
behoeve van een bezoeker van een bewoner/bedrijf om in
een conform artikel 2, door het college, aangewezen
vergunningengebied een motorvoertuig te parkeren. De
kraskaart is maximaal vijf uur geldig .
overigens:
Autodatevergunning (D-vergunning)
een vergunning ten behoeve van een eigenaar of een
houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate,
waarvan de standplaats is gelegen in een conform artikel
2, door het college aangewezen vergunningengebied..
Tijdelijke vergunning (E-vergunning)
een vergunning ten behoeve van noodzakelijk langdurig
verblijf binnen de vergunningzone, bij voorbeeld voor
onderhoudswerkzaamheden.
Voor de afgifte van de vergunningen worden de Beleidsregels
Parkeervergunningen gehanteerd.
Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen
verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een
goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een
vergunning voor een aanbieder kan het college voorschriften en
beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het
belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer
veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor
het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt
begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.