Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Parkeerverordening Pijnacker-Nootdorp

Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. In ieder geval kunnen de volgende vergunningen (A t/m C) worden verleend aan bewoners en bedrijven die staan ingeschreven op een adres binnen een zone waar het belanghebbendenparkeren van kracht is, of waar mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn: Bewonersvergunning op kenteken (A-vergunning) een vergunning ten behoeve van een bewoner, als eigenaar of houder van een motorvoertuig. Zakelijke vergunning op kenteken/bedrijfsnaam (B-vergunning) een vergunning ten behoeve van een bedrijf, waarbij door het bedrijf wordt aantoont dat het in het belang van de bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in een conform artikel 2, door het college, aangewezen vergunningengebied een motorvoertuig te parkeren. Bezoekersvergunning (C-vergunning) een vergunning, in de vorm van een kraskaart, ten behoeve van een bezoeker van een bewoner/bedrijf om in een conform artikel 2, door het college, aangewezen vergunningengebied een motorvoertuig te parkeren. De kraskaart is maximaal vijf uur geldig . overigens: Autodatevergunning (D-vergunning) een vergunning ten behoeve van een eigenaar of een houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de standplaats is gelegen in een conform artikel 2, door het college aangewezen vergunningengebied.. Tijdelijke vergunning (E-vergunning) een vergunning ten behoeve van noodzakelijk langdurig verblijf binnen de vergunningzone, bij voorbeeld voor onderhoudswerkzaamheden. Voor de afgifte van de vergunningen worden de Beleidsregels Parkeervergunningen gehanteerd. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning voor een aanbieder kan het college voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel