Een commissie bestaat uit minimaal 3 en maximaal 7 leden.
De leden en plaatsvervangende leden van de commissie worden benoemd en ontslagen door het college.
De zittingsperiode van de leden van de commissies is gelijk aan die van de leden van de raad.
Aftredende leden kunnen eenmaal voor een aansluitende termijn worden herbenoemd.
De leden van de commissie kunnen te allen tijde ontslag nemen. De daartoe strekkende kennisgeving zenden zij aan het college.
In de door ontslag of door overlijden opengevallen plaats wordt binnen drie maanden voorzien.
Bij ontslag als lid van een commissie blijft het lid zijn functie vervullen, totdat in zijn opvolging is voorzien.