Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 30

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Pijnacker-Nootdorp

De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming hebben onthouden. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. Stemming geschiedt door handopsteken. In afwijking van lid 4 vindt hoofdelijke stemming plaats indien een lid daarom verzoekt. Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing in het geval van een hoofdelijke stemming nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later of is er sprake van stemming bij handopsteken, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel