Naar hoofdinhoud
Geheimhouding kan worden opgelegd omtrent hetgeen in een besloten vergadering wordt besproken en de inhoud van aan de raad overlegde stukken op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid Bestuur. Geheimhouding kan worden opgelegd door de voorzitter van de raad, de agendacommissie, het presidium, het college en de burgemeester ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de commissie overleggen. Geheimhouding kan worden opgelegd door de raad ten aanzien van alle stukken die aan de raad worden overlegd en hetgeen in een besloten vergadering wordt besproken. Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel