Burgemeester en wethouders wijzen het verzoek om subsidie af indien:
met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;
de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat;
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een subsidiebeschikking heeft ontvangen;
voor de betreffende voorziening binnen een termijn van 10 jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend subsidie is verleend;
voor de te treffen voorziening een monumentenvergunning is vereist en deze niet is verleend;
wanneer door toekenning van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.